zondag 19 mei 2013

De grens van de grap

Het wil maar geen lente worden. Dan maar van de koude een deugd gemaakt en binnen een boekje gelezen, opgepikt in de boekenbijlage van de Morgen. "De grens van de grap" van de Nederlandse komiek Howard Komproe. Op een dag in maart 2012 lanceerde Komproe de fictieve 'feest'dag Negerdag, naar analogie met oa Vrouwendag. De gemengde reacties die dat opleverde zetten Komproe aan het denken: kan humor worden gecombineerd met elk maatschappelijk thema of elk historisch feit? Kan iedereen over alles grappen maken of zijn bepaalde soorten grappen enkel aan sommigen toegestaan? Wat met de pijn die sommige grappen uitlokken? Naast veel voorbeelden uit de praktijk bevat het boek ook een aantal zogenaamde zelfhulptips. Kleine oefeningetjes die je kan doen om je eigen grenzen en die van je naasten te verkennen. Soms komen die ook erg dichtbij, zoals wanneer hij je vraagt om terug te denken aan een moment waarop je niet of wel reageerde wanneer iemand een beladen term gebruikte. Dat had ik onlangs zelf nog voor, toen iemand van wie ik niet verwachte dat die het bewuste woord zou gebruiken, verwees naar 'een neger' die bij hem in het vliegtuig zat. Ik schrok, maar durfde niet reageren, bang om de relatie te schaden, bang om belerend over te komen. Maar geschokkeerd was ik wel, van het woord en van mezelf...
Kijk naar wat Howard Komproe over zijn actie vertelt een jaar na de feiten. Bij Pauw en Witteman.

donderdag 2 mei 2013

Dag van de Arbeid

Maandag een debat bijgewoond. Het ging over discriminatie op de arbeidsmarkt en werd georganiseerd door Hand in Hand, de anti-racistische beweging waar ik zelf ook lid van de algemene vergadering ben. Een heel gemengd publiek in de zaal. Heel wat jongeren van andere origine ook, om wie het uiteindelijk allemaal te doen is.


Maar het gesprek kon nauwelijks boeien of inspireren, op enkele momenten na dan. Teveel langs elkaar heen gepraat, teveel eigen profilering, teveel de schuld bij de ander leggen. En ook om de hete brij heen draaien: het ging over discriminatie op de arbeidsmarkt maar zoals zo vaak in dit soort gesprekken rond belangrijke maatschappelijke problemen werd alle schuld en verantwoordelijkheid bij het onderwijs gelegd.
Ook heel herkenbaar: de uitingen van moedeloosheid. We zeggen dit nu al 20 jaar, we voerden dit soort gesprekken al 30 keer. Maar eigenlijk vind ik dit soort uitspraken van politici niet gepast: blijven strijden en sleutelen, ondanks alles, dat moet hun credo zijn. Gelukkig ook hier weer de uitzondering die de regel bevestigt: een jonge politica uit Brussel, die wel to the point antwoordde, wel goed voorbereid kwam en haar gedrevenheid zo wist te kanaliseren dat ze in dienst kwam van het algemeen belang en niet enkel haar eigen profiel.

Belangrijk voordeel van de avond: ik liep er een oude bekende tegen het lijf. Orlando Verde, die net een film rond het thema had afgewerkt: Naamloze Vennootschap. Die film zou de volgende dag, 1 mei, online in premiere gaan. Dus dan maar de Dag van de Arbeid afgerond met een korte home-cinema sessie. Een verhaal over hoogopgeleide nieuw- en oudkomers die trachten hun talenten erkend te krijgen en hun capaciteiten uit te kunnen leven. Soms wat houterig geacteerd, maar jammer genoeg wel zo waar. Mensen die die oplossing tot complexe problemen zouden kunnen leveren maar die we enkel capabel achten om de vuilbak te legen en onze koppen frustratiekoffie op te ruimen. Een waarheid waar  nog zo weinig over gepraat wordt, die we maskeren met het adagium: iedereen moet zijn eigen lot in handen nemen, iedereen kan worden wat ie wil als je maar hard genoeg probeert. Maar als we eerlijk zijn en eens zouden bedenken hoeveel van wat we hebben en het onze achten we zomaar in de schoot geworpen kregen?

Een zelfde motief  is herkenbaar wanneer ik dinsdagavond de lezing bijwoon van een oud-collega, prof Durre Ahmad uit Lahore. Ze beschrijft de situatie in Pakistan vandaag. Het land waar haar ouders vanuit India naar toe trokken met enkel de kleren die ze hadden, maar waar zij zoveel jaren later haar eigen kinderen uit weg stuurde omdat ze er nooit een toekomt zouden hebben. Ook daar een verhaal van moeilijk verworven kansen en steeds toenemende beperkingen. 

dinsdag 30 april 2013

Flow!

Fijne uitsmijter van de maand april:  de zogenaamde MoMo dag. Leerkrachten maatschappelijke oriëntatie uit heel Vlaanderen verzamelen een hele dag rond het thema creativiteit. Een heel diverse groep mensen, met wortels in heel de wereld, samen meer dan tien talen machtig. Geïnspireerde en gedreven leerkrachten ook.
De dag telde twee centrale sprekers: 
- voor de middag: Marcus Geers, over creativiteit en out of the box denken. Met hem deden we een fijne oefening rond 'brainstormen'
- na de lunch (het stervensuur)  Herman Van Den Broeck van Vlerick, over 'flow' en werken vanuit je eigen krachten. Hij bracht ons een frame over rond 'cognitve styles'.  Ikzelf leerde ervan dat ik behoor tot de groep van de zogenaamde 'uitvinders', dwz die mensen die 'denken' en behoefte aan kennis verenigen met nood aan creativiteit en innovatie. Veel onrust en zoekzin op die borden dus. Wat ik natuurlijk herken in mijn dagdagelijkse praktijk.

Creativiteit staat ook centraal in het  het inspiratiemoment rond informeel leren dat ik voor 14 mei aan het opzetten ben. Idee is om de complexe materie waaraan we werken eens vanuit een andere hoek te benaderen. Niet per se 'luchtiger' , maar wel met aandacht voor ook andere elementen dan enkel het puur rationele. Ik deed a wat voorbereidende leeswerk en kwam een paar boeiende hypotheses tegen. Onder andere  dat informeel leren (bv via spelsimulatie) een duurzamer leren zou teweeg brengen, door de meer directe koppeling die gemaakt word met de reële werksituaties, maar ook door de koppeling van individueel leren met collectief- of organisatieleren. De dag wordt uitgewerkt in samenwerking met twee heel boeiende partners:
- eerst en vooral Hendrik Bens van HALMA, de vormings'franchise' van het Centrum voor Informatieve Spelen. Hij zal ons meer inzicht geven in de krachten en kemerken van spel. Daarnaast zal hij ons  ook inleiden in de principes en methoden van de zogenaamde 'active reviewing'. Dit is een manier om nabesprekingen en debriefs actiever en krachtiger te maken.
- andere partner is het provinciaal documentatiecentrum docAtlas. Medewerkers Marie-Claude Gevaert en Timmy Leysen beloven een workshop met proevertjes van uitdagende spelen rond communicatievaardigheden en cultuurverschillen. 

woensdag 17 april 2013

Ontwikkeling

Gisteren deelgenomen aan een netwerkmoment bij de bachelor na bachelor intercultureel management van Thomas More hogeschool in Mechelen. Bedoeling was om met een aantal mensen uit het werkveld na te denken over hoe de opleiding nog sterker praktijkgericht kan gemaakt worden. Deelnemers aan het Netwerkmoment Werkveld werden geselecteerd op basis van het netwerk van Cimic, suggesties van studenten en persoonlijke contacten. Er werd geprobeerd om vertegenwoordigers aan te spreken uit een zo breed mogelijke waaier aan sectoren.  Er waren deelnemers uit de vredesbeweging, de kunstensector, arbeidsbemiddeling en profitsector. Erg boeiend om ook hun invalshoeken en bedenkingen te beluisteren.

In een eerste deel van het netwerkmoment werd iedereen individueel gevraagd een venndiagram in te vullen met drie vragen:
- Welke maatschappelijke thema’s mogen zeker niet ontbreken in het curriculum van een opleiding Intercultureel Management?
- Wat zijn volgens u de belangrijkste (recente) ontwikkelingen die een opleiding Intercultureel Management in haar curriculum moet opnemen?
- Welke competenties hebben volgens u intercultureel competente medewerkers in het werkveld nodig?
Deze individuele inbreng vormde mee de basis van de twee volgende sessies.

In de eerste sessie ging groep A aan de slag rond de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen die in de banaba moeten worden aangesneden. Eerst kon vrij op een grote flap ideeën worden neergepend, daarna werden een aantal ontwikkelingen eruit gelicht. Groep B, waar ikzelf aan deelnam, ging aan de slag rond de nodige centrale competenties die de banaba dient te ontwikkelen. De competenties werden benoemd volgens de ordening: kennis, vaardigheden, attitudes en awareness (de A+ factor). Het frame van Fantini.

Voor mij sloot deze eerste brainstorm aan bij het project waar ik nu op werk rond de competentieontwikkeling en jobondersteuning voor zogenaamde 'brugfiguren': intercultureel bemiddelaars, toeleiders, enzovoorts. Ook daar is de kernvraag: wat moet iemand die hier in het steeds kleurrijker en diverser Vlaanderen wil bemiddelen en verbinden allemaal 'kennen', 'kunnen', en eventueel ook 'zijn'. Dat het om een complex geheel aan vaardigheden, kennis en attitudes zal gaan is alvast duidelijk. Volgende zaken werden benoemd:

KENNIS:
communicatiemodellen kennen: TOPOI; geweldloze communicatie werden genoemd. Deze twee modellen hebben met elkaar gemeen dat ze zelfkennis bevorderen en tegelijkertijd ook werken op verbinding. Het zijn beide ook modellen die uitnodigen tot oefenen en dus ook de ontwikkelingen van vaardigheden vragen.
specifieke kennis rond bv. andere wervingskanalen, cultuurvrij testen in selecties,…

VAARDIGHEDEN:
Bewust oefenen in het creëren van open ruimte (divergent denken)
Een visie kunnen ontwerpen en communiceren (convergent denken)
Zelf ontwikkelen van kaders en praktijken
Taligheid ontwikkelen: openheid voor andere taal(systemen); experimenteren met taal; media inzetten
Afstemming kunnen zoeken tussen verschillende referentiekaders, perspectieven, culturen,…

HOUDING:
culturele gevoeligheid ontwikkelen: onderzoeken, participeren aan
openheid
Zelfreflectie: voorbij tips en tricks
Bestaande paradigma’s in vraag (durven) stellen
Accepteren van /omgaan met onzekerheid . In positieve termen: stimuleren van ondernemingszin, creativiteit ontwikkelen,
Interdisciplinariteit: omgaan met meervoudige perspectieven

AWARENESS + (A+):
Durf
In relatie staan met de ander; in relatie staan met zingeving
Bezieling ervaren en verder ontwikkelen

In een tweede sessie gingen we verder in op de nodige competenties en de centrale thema’s die een plaats moeten krijgen binnen de themalijn "interculturaliseringsdynamieken dichtbi"j en "interculturaliseringsdynamieken internationaal".

Wat in elk geval opvalt is dat mensen aangeven dat ze nood hebben aan reële ontwikkelruimte. Ruimte om op een veilige manier weer in contact te komen met vaardigheden die je in feite 'basis' zou kunnen noemen: actief luisteren, feedback geven, onderhandelen, conflict hanteren. Mensen willen hierin kunnen oefenen en ze vragen om plaats en tijd  om rond deze competenties creativiteit en alternatieven te mogen ontwikkelen. En daarmee wordt meteen duidelijk dat competentie-ontwikkeling nooit meer een verhaal van individueel leren alleen kan zijn. Het gaat erom ook gericht vragen te durven stellen op niveau van organisatie- en opleidingsontwikkeling om aan deze noden tegemoet te kunnen komen.

woensdag 10 april 2013

Trots

Teruggekomen van een weekje boerderijvakantie en in de krant gestoten op een artikel dat me met gepaste trots vervulde. 'Taal leren is middel tegen sociaal isolement', kopte het. Protagonist erin was mijn eigenste moeder, Mimi Wuyts, die elke dinsdag de bewoners van het Lokaal Opvanginitiatief in Rupelmonde de beginselen van het Nederlands bijbrengt. Nieuwkomers uit Afghanistan, Turkije, Armenië nemen deel aan een zogenaamd 'babbelmoment', waar ze taal krijgen om boodschappen te doen, naar de dokter te gaan, een uitstap te plannen. Zoals alles wat ze in haar leven doet, doet mijn moeder ook dit met hart en ziel. En tussen de zinnen rond dagdagelijkse dingen door, beluister ze ook de echte zorgen en heimwee van haar leerlingen, zoals ze dat jarenlang deed als toegewijd consulente voor een centrum voor levens- en gezinsvragen.
Met enkele van haar leerlingen heeft mijn moeder al een echte band opgebouwd, een band die ondertussen ook tot bij mijn vader reikt. Zo helpt hij de kinderen van een paar van haar studenten Nederlands bij hun schoolwerk. Een engagement dat hij trouwens ook al verschillende jaren opneemt bij de Antwerpse Karel De Grote hogeschool. Daar ondersteunt hij een aantal studenten van allochtone origine in het behalen van hun diploma lerarenopleiding.

Zoals ze zeggen de appel valt niet ver van de boom. Sociaal engagement is iets wat mijn ouders hun kinderen zeker meegaven. en iets waar ik gepast trots op ben.
Nog meer gepaste trots dichter bij huis deze week. In een ietwat vreemde setting dat wel. Want de trots betrof het helemaal kaal scheren van het hoofd van mijn echtgenoot Koen. Dit nadat hij een weddenschap was aangegaan: als 250 mensen zich zouden inschrijven voor de klimaatacties van Earth Hour op 23/3, zou hij zijn hoofd kaalscheren.  En die belofte moest nu dus worden nagekomen, tot afgrijzen van onze kinderen weliswaar. Hopelijk wordt het nu vlug wat warmer, want anders is het wel wat koud aan de oren, lijkt me.


woensdag 27 maart 2013

Bezoek

Net het huis aan de kant gedaan, twee grote potten soep gemaakt en een ketel spaghettisaus. Er is bezoek op komst! Vanmiddag ontvangen we mijn Ecuadoriaanse vriendin Flor Maria, haar man Thomas en drie zonen: Pablo, Luis en Felipe.  Flor en ik kennen elkaar ondertussen al meer dan 20 jaar! Van toe ik in 1990 een jaartje in Quito woonde als AFS uitwisselingsstudent. Een jaar dat alles op zijn kop zette en waar ik nog steeds elke dag 'de gevolgen' van ondervindt. Ik heb er op korte tijd zoveel mogen meemaken en zoveel mogen groeien. En ik heb er ervaringen opgedaan die me drijven in wat ik nu doe, wil zijn.

Ik ondervond er bijvoorbeeld voor de eerste keer wat het is om 'echt anders' te zijn. 'La gringa', zo werd ik op school genoemd, en dat in volle Golfoorlog ('Yanquis fuera!). Maar ik mocht er voor het eerst ook echt helemaal mezelf worden: niet langer dat 'vijfde wiel aan de wagen', de 'kleinste in de rij', maar wel een eigen persoon, die eigen keuzes maakt (moet maken) en een eigen stem heeft. En zo werd de fascinatie geboren voor de balans tussen eigenheid en anders zijn, overeenkomst en verschil. Een fascinatie die ik nu professioneel vertaal.

Ik leerde er ook wat 'cultuur' is, niet door het te benoemen, maar door er tegenaan te lopen. Van het  meer 'triviale' (chips of popcorn in de soep ipv croutons) tot het meer fundamentele (mijn Amerikaanse vriendin Rachel die zegt: "Everything that I am today, I am because of my country!"). Van huizen vol inheems artisanaat tot de bewoonster ervan, de moeder van een vriend, die me scheef bekijkt omdat ik een indiaanse polsbandje draag. Paradoxen en ongerijmdheden. Uit de klas gezet worden omdat ik er niet mee kon instemmen dat homoseksualiteit een ziekte was. Een ijzige stilte opwekken tijdens een warme, leuke strandwandeling met vriendinnen omdat ik in geval van verkrachting abortus wel toegestaan achtte. Me afvragen hoe een zelfde muur drie heel verschillende opschriften kon bevatten: van 'cristo viene' over 'bebe coca-cola' tot 'amo al parte indio en mi'.

Perspectiefwisseling ook: vrijwilligerswerk voor Amnesty in Antwerpen is niet hetzelfde als vrijwilligerswerk in Quito op het moment dat na zoveel jaar dictatuur in Chili mensen eindelijk terug naar huis kunnen keren (eerste keer Rum Cola gedronken, weer een grens verlegd).

Waarde-relativering ook: is het beter je loon meteen aan een goed gevulde winkelkar te besteden (je weet toch niet wat er morgen komt) of om je geld op de bank te zetten (in die tijden waren banken in België nog veilig).

Andere opvoedingsstijlen, ander taalgebruik, andere transportmiddelen, ander hygiëne,... zoveel verschillen die je ogen openen en je veerkracht testen. Het is niet makkelijk, maart ik zou het iedereen aanraden.

Flor kwam ik ongeveer ergens halverwege tegen. Zij leerde mij muziek kennen die nu nog mijn humeur in een flits kan verbeteren: Mercedes Sosa, Silvio Rodriguez, Pablo Milanes. En dan samen luidop meezingen tijdens onze wandelingen in Pasochoa. Zij leerde mij ook iets over loyaliteit nar familie toe, ook in moeilijke tijden. Ze toonde me ook hoe zacht praten ook krachtig kan zijn. Ik kijk er naar uit haar straks weer te zien en te horen.

Quito is voor mij 20 jaar geleden. Ondertussen dient een nieuwe generatie AFS'ers zich aan. Mijn neef(je) Selwin verblijft ondertussen al enkele maanden in Mumbai en mijn nicht(je) Moira vertrekt deze zomer voor een jaar naar Paraguay. Stiekem ben ik natuurlijk wel wat jaloers, zo nog middenin of op de drempel van dat grote avontuur. Ik wens hen beiden een echt levensveranderende ervaring.

zondag 17 maart 2013

De jeugd van tegenwoordig

Het weekend afgerond met het lezen van een inspirerende column van een hogeschoolstudente uit Antwerpen, Amina Bellorf: 'ik stik binnen uw norm!' Een hartenkreet vanuit een stad die schichtig naar de toekomst kijkt.

Het gaat niet goed met de jeugd van tegenwoordig. Of toch met een deel van hen niet. Vooral dan met hen die, om diverse redenen, wat meer ondersteuning nodig hebben. Dat lees ik deze week op verschillende plaatsen in de krant, oa in het artikel met Ingrid De Jonghe bezielster van TEJO, een groep van jeugdtherapeuten uit Antwerpen.  Onze jeugd is opgejaagd wild, stelt ze. En hoe vreselijk is dat, dat we dusdanig omspringen met hen die ons de komende decennia zullen moeten dragen en vooruit halen?
En wat  geldt voor de doorsnee jongere, geldt dan nog eens des te harder voor de 'andere' jongere. Ja, want ook op dat vlak kampen mensen met een migratie-achtergrond nog maar eens met een handicap. Nog minder dan anderen vinden deze jongeren de weg naar (gepaste) jeugdhulp. Nog meer dan anderen verzeilen ze van de regen in de drop, doordat kanalen ongekend zijn, structuren onoverzichtelijk, deuren onherkenbaar.

Gelukkig wordt er wel actie ondenomen. Maandag nog kreeg ik de eerste plannen van een nieuw project rond cultuurgevoelige jeugdhulp voorgesteld. Voor Kerst zetelde ik in de evaluatiecommissie van het voorstel voor dit nieuwe EIF project. Bedoeling ervan is jeugdhulpverleners de juiste inzichten en tools te bieden die hen moeten toelaten hun interventies op een meer cultuursensitieve manier uit te voeren. Dit zal gebeuren door het opzetten van een expertisenetwerk en een website. De reden dat dit project me extra boeide en waarom ik dus graag meewerkte aan de goede opstart ervan,  was dat ik in het verleden ook al had mogen kennismaken met een aantal medewerkers van de zogenaamde OTA's, ondersteuningsteams allochtonen. Concreet de mensen van OTA Gent. Hun kijk op jeugdhulp en vooral dan de hulp aan jongeren met een migratieachtergrond sprak me aan.

Waar jongeren met een migratieachtergrond ook bij gebaat zullen zijn, is bij een volledige en effectieve toegang tot het hoger onderwijs. Maar dat zal dan ook beteken dat de verschilvragen die zij bij hun instroom daar zullen binnenbrengen au serieux genomen worden en met een open vizier benaderd. Precies rond die vraagstelling ga ik komende maandag een kleine presentatie geven op een bijeenkomst van de commissie diversiteit van de VLOR. ik ga hen een aantal stappen en principes voorleggen die ze zouden kunnen inzetten om de 'vragen rond aanpassing' die op hen af komen op een gedragen en structurele manier te beantwoorden. Een kader dat hen moet toelaten de zaak open te trekken ook. Er is nu een verhoogde aandacht voor allerlei vragen die op een of andere manier aan religie gelinkt zijn. Dat maakt het niet steeds makkelijk, omdat dit nu eenmaal een thema is waar hier in Vlaanderen een sterke gevoelslading opzit. Kan er nog wel ruimte zijn voor zingeving in de publieke context? Soms kan het helpen die specifieke lading van de vraag af te halen en te kijken waar het echte functionele verschil zit.

In de presentatie voor de VLOR hoop ik ook een stuk te kunnen terugvallen op een aantal van mijn eerdere ervaringen. Niet in het minst die van het uitwerken van een  handboek voor de implementatie van een diversiteitsbeleid in het hoger onderwijs waar ik enkele jaren geleden aan meewerkte: "tellen en meetellen in het hoger onderwijs."