zondag 30 december 2012

Verandering 3

Tegen het najaar van 2012 bleek mijn verhaal bij CIMIC er eentje op twee sporen geworden. Enerzijds kon ik me uitleven in het opleidingsluik, anderzijds was er - sneller dan verwacht - een dynamiek van afscheid aangebroken. Mijn zoektocht naar een nieuw perspectief, een ander verhaal had resultaat opgeleverd. Per 1 maart zou ik aan de slag kunnen als stafmedewerker van het Vlaams expertisecentrum voor Migratie en Integratie, het zogenaamde 'Kruispunt Migratie-Integratie'. Ze zochten daar een ervaren procesbegeleider interculturalisering.  De vacature leek me op het lijf geschreven. Er waren wat belemmerende factoren (oa. de afstand naar Brussel) en er was ook het feit dat ik me eigenlijk nog niet helemaal klaar voelde om te vertrekken. Maar tegelijkertijd vreesde ik dat zo een kans zich niet zo snel een tweede keer zou aandienen. Daarom had ik uiteindelijk besloten er toch voor te gaan, ondanks de pijn in het hart bij het afscheid van mijn collega's.

Dat de keuze toch een goede zou blijken, voelde ik heel sterk meteen de de tweede dag al; Ik  mocht deelnemen aan een studie- en ontmoetingsmoment voor medewerkers procesbegeleiding van alle 8 integratiecentra in Vlaanderen. Centrale spreker was organisatie en verander-deskundige Rob Van Es. bijzonder aan hem is dat hij heel veel werkt met sterke visuele metaforen: film, schilderkunst, maar ook beeldrijke literatuur. Een van de belangrijkste tips die Van Es de veranderkundige wil meegeven is: om goed te kunnen kijken moet je af en toe eens vanuit een heel ander hoek naar iets kijken, op een andere plaats gaan staan. En dat was voor mij, die op dat moment net een heel bekend en veilig nest verlaten had, een hart onder de riem. Die nood aan  effectieve perspectiefwijziging had ik de laatste jaren heel erg gevoeld, maar nooit echt durven waarmaken. En nu stond ik er dus voor, al een stuk middenin, en ik had er zin in.

Het eerste half jaar op het Kruispunt zou nochtans niet makkelijk blijken. Ik voelde me een stuk verlamd, m'n stem kwijt, wou vooruit vliegen, doorstarten, maar leek de juiste wegen niet te vinden, de juiste woorden niet te spreken. Ongetwijfeld met de beste bedoelingen wilde men mij de tijd geven om te verkennen, rustig te roderen en te plannen, maar ik wilde doen, ondernemen, met de handen in de aarde. Kwam daarbij nog bij dat de hele sector van integratie en inburgering zich in tijden van verandering en onzekere omwenteling bevindt. Tegen ten laatste 2014 zal de hele architectuur en inhoud moeten omgewerkt worden.

zaterdag 15 december 2012

Verandering 2

Op de studiedag ter ere van de publicatie van het handboek 'Interculturele Competenties' zag ik tot mijn plezier veel mensen terug die ik de laatste jaren had leren kennen. Het was fijn vast te stellen dat er bij hen nog steeds die drive naar verder en meer is. De zaken waaraan we werken zijn niet steeds tastbaar en de resultaten niet steeds te meten, wat soms voor een stuk ontmoediging kan zorgen. Maar vooral in het uitwisselen met elkaar is ondersteuning te vinden en ik nam me voor hier in de toekomst nog meer op te gaan inzetten. 

Met de presentatie van het handboek achter de rug werd het meteen al tijd om een nieuw artikel en voordracht voor te bereiden. Eind november zou in Antwerpen een bijeenkomst van het netwerk van Universiteiten van Europese  culturele hoofdsteden plaatsvinden. het thema van die conferentie was 'culture in/and crisis', een titel die me alleszins uitdaagde en inspireerde. Bij het uitwerken van het intercultureel competentiekader was er een element dat mij bijzonder kon boeien, en dat was dat van de zogenaamde 'conflicthantering'. Hoe kan het versterken van de conflicthanteringsvaardigheid van mensen een positieve bijdrage leveren aan hun communicatiecapaciteit in deze superdiverse wereld? Wat is het katalysator-effect van de botsingen die we elke dag ervaren? En is er in de manier waarop we omgaan met conflict ook een bepaalde culturele bepaaldheid terug te vinden? Al deze vragen legde ik op tafel, voor een eerste verkenning.

De presentatie van mijn paper op het UnECC congres liep heel goed. Er kwam heel wat reactie uit de zaal, iets wat me alweer heel nieuwe ideeën en onderzoekspistes opleverde. 

Bij m'n zoeken rond cultuur en conflict liet ik me ook heel erg inspireren door een boeiend boek van oa Bart van Leeuwen. Hem had ik een eerste keer horen spreken tijdens een van de lessen in de CIMIC opleiding en ik vond het dan ook heel fijn toen ik de vraag kreeg om precies voor dat publiek een nieuwe les rond het thema conflicthantering en interculturele competenties te ontwikkelen. De les zou deel gaan uitmaken van de module Cultuur, diplomatie en conflict. De premiere was gepland in mei 2012.

Voor die datum stond me nog een heel boeiende CIMIC opdracht te wachten. Ik wou heel graag eens m'n eigen grens verleggen en gaf me op als kandidaat module-begeleider voor de module Cultuur en economie. Mijn jammerlijke buizen voor economie in mijn universiteitsjaren hield ik wijselijk stil. Aangespoord door impactvolle maar voor de leek ook zo ongrijpbare fenomenen als de bankencrisis en algehele recessie, waagde ik mijn kans. En het bleek een voltreffer. De lessenreeks was zwaar, maar ongemeen boeiend. Het leek wel alsof er in mijn brein een hele hoop nieuwe knopen geactiveerd werden. Een van de linken die ik legde en die ik nu volop aan het exploreren ben is de link tussen het ecologische transitiedenken en het veranderingsverhaal dat interculturalisering nu is. Een andere bron van inspiratie was het laatste boek van Martha Nussbaum 'Not for profit', waardoor mijn denken rond leren en de inhoud en structuur van een krachtige opleiding opnieuw uitgedaagd werd. 

zaterdag 1 december 2012

Verandering 1

Bijna 18 maanden heeft dit blog stilgelegen. dat lijkt op inactiviteit van mijnentwege te wijzen, maar niks is minder waar. Er zijn accenten verschoven en hier en daar zelfs een grens verlegd. De zomer van 2011 eindigde veel minder 'rozig' dan ik hem in mijn laatste post had durven beschrijven. Eind juli werd Noorwegen getroffen door de terreur van Anders Breivik. Een tragisch moment met een impact die moeilijk te vatten bleek. De 'makkelijker 'verklaringen in de zin van 'geïsoleerd individu' en 'psychisch instabiele enkeling' lieten zich al vlug uitputten. Ikzelf voelde dat najaar meer en meer de noodzaak om alles waar ik de afgelopen tien jaar aan gewerkt had, nu ook eens vanuit een ander perspectief te bekijken. Ik wilde op zoek naar een positie van waaruit ik iets gerichter zou kunnen handelen, een meer gedragen verhaal en stem zou kunnen ontwikkelen. En ik wenste mezelf ook een nauwer contact met ' het veld', een meer uitgesproken kans om wat ik geleerd en ontwikkeld had aan de realiteit te toetsen.
Voor ik echt een ander pad kon inslaan  was er wel nog een fase van kapitalisatie nodig, een aanloop naar een sprong die verder lag. In oktober 2011 kwam het handboek 'Interculturele Competentie' uit, waarvan ik als medeauteur fungeerde. De uitgeverij ervan, Politeia, richt zich voornamelijk op medewerkers van overheidsdiensten en openbare besturen. Ik schreef mee aan  de methodologische basisartikels waarin verslag  wordt gedaan van ons driejarig onderzoek naar interculturele competentie. Door uitgebreid literatuuronderzoek te koppelen aan praktijkervaringen in allerhande instellingen en organisaties, definieerden we een omvattend referentiekader. Met behulp van 9 componenten, te specificeren op drie ontwikkelingsniveau's, trachten we een duidelijk beeld te schetsen van dat wat een individu of een organisatie intercultureel competent maakt. De keuze voor de verwerking in een competentiekader was expliciet. We wilden zo vastknoppen aan het algehele professionaliserings- en kwaliteitsbeleid dat organisaties vandaag de dag  voeren. Op die manier wilden we een statement maken voor een centrale en integrale benadering van het thema interculturaliteit en diversiteit. We wilden het met andere woorden uit de marge halen, uit de periferie van beleid en investeringen waar het nu nog al te vaak wordt weggeschreven. Deze intentie zetten we ook kracht bij door de ontwikkeling van een concreet instrument, de interculturele competentiewijzer. Een diagnostisch instrument, waarmee we mensen begeleiden en gericht ondersteunen in de ontwikkeling van hun interculturele gevoeligheid en vaardigheid. Er wordt gepeild naar hun zelfkennis, ontvankelijkheid, aanpassingsvermogen, veerkracht, capaciteit tot kennisverwerving, communicatieve vaardigheden, relationele competentie en vaardigheid in conflicthantering. Naast dit diagnostisch instrument werd ook een begin gemaakt met het uitwerken van een feedbackmatrix die heel gericht coachen op de 9 verschillende componenten mogelijk maakt.
Andere bijdragen die ik aan het handboek mocht leveren betroffen de verwerkingen van een aantal consultancy en trainings-trajecten die ik de laatste jaren liep. Er waren twee artikels die refereerden naar de samen met collega Joke Simons ontwikkelde e-course 'E-ntercultureel', een artikel dat de bevindingen van de effectmeting rond het actieplan Interculturaliseren in de Vlaamse cultuursector synthetiseerde en een artikel rond de vormingen voor een efficiëntere interculturele communicatie in de diensten inwerking van VDAB.

zondag 11 november 2012

Maak de stad

Op 11/11 toch tijdig uit mijn bed gerold om deel te nemen aan 'Maak de Stad' een stadsgesprek waar 200 inwoners van Antwerpen zich kwamen bezinnen over hoe we samen de komende jaren willen wonen, werken, leven,... Er waren deelnemers uit alle lagen van de bevolking, verschillende beroepsgroepen, achtergronden. Ikzelf liet me vooral meevoeren op de stroom van workshops rond thema's diversiteit, welzijn en sociale cohesie. Ik kwam naar daar met vragen als: hoe gaan we samen een aantrekkelijk lange termijn perspectief voor onze stad creëren? hoe kunnen we mensen meenemen in de veranderingen waar we voor staan, zonder dat ze zich bedreigd of gebruskeerd voelen? 

donderdag 14 juli 2011

De wereld voor tienen

Begin juli. Vroeger was dat een periode dat ik zelden in Vlaanderen te spotten was, kort na het afronden van het studiejaar de wereld intrekkend. Maar nu is alles anders. Het zijn niet zozeer de drie jonge kinderen in ons kielzog die een snel vetrek naar verre einders beletten (twee van de drie mogen zich al met recht kleine globetrotters noemen). Wel de naweeën van een druk werkjaar en de voorbodes van een al even intense herfst houden ons nog even hier. Maar mij hoor je over gebrek aan internationale en multiculturele impulsen niet klagen. Op een zonnige zomerochtend als afgelopen dinsdag heb ik voor tienen al de wereld gezien. Gewoon, vlakbij, op de route tussen thuis en werk.

Het begint rond een uur of acht, wanneer ik de deur van mijn Merksemse woning buitenstap, recht de plaatselijke markt op. Scherpe Antwerpse klanken van bakker en kippenkraam mengen zich met wat melodieuzer en meer bescheiden stemmen bij het kleurrijke klerenkraam met de favoriete harembroeken van mijn vriendin die nu in Lesotho woont. Met Pau en Siard op sleeptouw koers ik voorbij een bijna-haven cafe en kruis vlak voor we aan de auto zijn nog een paar kruiden-Pakistanis wachtend op een lot voor een van de laatste vrije marktplaatsen. Dan stappen w e in en rijden richting alweer een nieuwe wereld. Deze week zijn onze twee oudsten uitbesteed aan een projectkamp waar ze iets van opsteken. Dat speelt zich af in Schoten. Over de kwaliteit van begeleiding en aangeboden activiteiten niks te klagen. Wel rgappig hoe de parkeerplaats voor de gast-school zich vult met stoere autos met Nederlandse nummerplaten. Daartussen laveert een enkele iconografische bakfiets. Voor heel wat van deze kinderen en ouders is Antwerpen een verre anomalie.

Toch is het richting die stad dat ik een half uur later fiets nadat ik de auto weer thuis afzette. De dagelijkse route via brug van Ijzerlaan, nieuwe woonprojecten en container-school in de Bredastraat, door oase Park Spoor Noord, over het steeds weer anders ogende Sint-Jans plein, via roemrucht De Coninckplein, langs de Van Wezenbeekckstraat naar het Astrdiplein, de buik van het Centraal Station in. Dat geeft wel wat om naar uit te kijken: Portugese volkscafes, Turkse ontmoetingshuizen, Marokkaanse mamas op de speeltuin, Poolse verweesde enkelingen op een bankje midden een betonvlakte, Afrikaanse restaurantjes, Chinese supermarkten en een nieuwsoortig frietkot op de hoek. De wereld die ik enkele jaren geleden werd voorspeld in de publicaties van Chin Ling Pang en Twinkelend Noord is nu volop werkelijkheid.
Uiteindelijk dan het station, directe link met plaats van arbeid Mechelen. Ook daar laat de globalisering zich voelen. Op de ene verdieping al wat rooskleuriger en meer picture-perfect dan de andere. Beneden in de fietsenkelder is het altijd wat benauwd, ondanks het bedrijvige heen en weer gesleutel van de mannen van Fietshaven. Ook zij hebben vele windstreken achter zich. Maar in de meer afgelegen hoekjes waar je soms pas na lang zoeken je fiets kwijtraakt zie je ook schrijnender dingen: mensen opgerold in een rugzak op de grond, uitgebluste ogen, apatisch. Ook de deursluizen van en naar de metro herbergen veel vragen en verloren jaren. Te snel wen je eraan en loop je achteloos voorbij, snel snel naar de trein, roltrap op, grote hal binnen, de wereld van reizigers met vrije keuze in. Bij Starbucks klinkt het hip en cool, bij Delifrance elegant en traditioneel. Je koopt een koffie en dan maak je weer een keuze: de rechtstreekse Amsterdammer of een rit met tussenstops in Mortsel en Nekkerspoel. Altijd tussen uitersten.

Eindelijk in Mechelen dan valt de internationale spaning wat weg. Het gezapige stationsplein, het bebloemde brugje over de Dijle, de pitoreske eenden in het park. Even een contrastkleur voor ik aan het echt interculturele avontuur van die dag kan beginnen, mijn werk op CIMIC.

Fijne vakantie aan iedereen, waar ook, ver, dichtbij, vroeg of laat. Tot in september.

donderdag 9 juni 2011

Principle of contrast: prof Durre Ahmad over multiculturaliteit in Belgie

Op maandag een heel interessante ochtend mogen organiseren. De mensen die afgelopen twee jaar deelnamen aan onze CIMIC train the Trainer reeksen kwamen opnieuw samen om wat tussentijdse inspiratie op te doen. Dit door een open dialoog met de Pakistaanse proffesor Mevr Durre Ahmad. Prof Ahmad was tot voor 2 jaar hoofd van het 'department of culture' aan het National College of Arts in Lahore Pakistan. Vandaag is ze bezieler van eigen centrum 'Gender and culture'. Prof Ahmad is een groot deskundige op gebied van Islam en vooral het feminiene aspect daarin. Hierrond geeft ze al 15 jaar jaarlijks 3 a 4 lezingen in de CIMIC Bachelor na Bachelor opleiding Intercultureel Management. We maakten hierrond met haar ook een publicatie.
Belangrijk is ook dat Prof Ahmad al 15 jaar Vlaanderen bezoekt en aldus een heel eigen kijk heeft ontwikkeld op onze omgang met multiculturele vraagstuk hier, meer bepaald dialoog of niet-dialoog met mede-Belgen-moslims in onze scholen, zorginstellingen, werkvloeren, etc.
Doel van de ontmoeting op 6 juni was dat professor Ahmad over haar inzichten in hybridisering en interculturalisering in gesprek kon gaan met mensen die dag aan dag pionierswerk leveren in de verkleurende samenleving. We wilden de deelnemers de kans geven een aantal van hun ervaringen te toetsen bij professor Ahmad en zo samen op zoek te gaan naar concrete handvatten en/of sleutels voor hun toekomstige werk als trainer, bemiddelaar, consultant, leerkracht of docent.
Ik geef een paar van haar inzichten hieronder mee, enigzins in telegramstijl:
- Waarom hebben we het zo moeilijk met het aanvaarden van diversiteit. Heel de natuurlijke orde is erop gebaseerd. 'Nature thrives on diversity'. Waarom zou dit voor cultuur anders moeten zijn?
- Wat belemmert ons om de kracht van diversiteit ook op cultuur toe te passen? In elk geval al de snelheid van ons leven: "When you travel at great speed, everything around you becomes a blur'. Daarnaast ook angst: onze maatschappij is vol met angst en onrust. Deze angst en onrust heeft vaak niet echt iets met interculturele ontmoeting te maken, maar word er wel op geprojecteerd.
- Wat ons belemmert om een constructieve omgang met diversiteit uit te werken is ook het feit dat we de toenemende culturele diversiteit rond ons als een 'probleem' benoemen. 'Problemen' vragen om 'oplossingen', 'clear cut solutions, and in the end, even final solutions' (remember Germany). Zou het niet gezonder en constructiever zijn te denken in termen van 'routine difficulties' die om een aanpassing vragen, het in gang zetten van een veranderingsproces dus. 'Routine difficulties' zijn er in elk gezond groeiproces, ze vormen de motor van dat proces.
- Injectie van 'contrast' en 'verschil' in onze samenleving is eigenlijk wat ons richting geeft. Denk jezelf even in dat je je in een volledig witte kamer zou bevinden: je zou op de duur verblind raken en elk perspectief verliezen. Maar breng 1 vlekje kleur op de muur aan, en plots zie je de contouren van de kamer weer en kan je je eigen positie opnieuw bepalen. zo gaat dat ook met de binnenkomst van nieuwkomers hier: het is door de aanwezigheid ander dat we onszelf beseffen, onszelf leren kennen.
- eigenlijk zijn we met z'n allen ook voortdurend op zoek naar verschil en contrast. waarom anders reizen we zo veel? Maar het is belangrijk dat we op die reizen, hier en elders, het niveau van 'toerisme' overstijgen en er echt een 'ontdekkingstocht' van weten te maken. Niet alleen observeren en niet alleen 'fun' dus, ook deelname, impact en zeker ook wat last en pijn.
- Welke competenties heb je dan nodig om op een constructieve manier in de interculturele dialoog te stappen? Alvast openheid, de wil om geraakt te worden. Verder ook een breed cultuurbegrip, wat ook begrip van sociaal-economische dynamieken insluit ('understand that class is a critical cultural boundary'). Verder durf, de wens om risico's te nemen en je comfortzone te verlaten. Zeker ook zelfkennis, van je persoonlijke en je culturele geschiedenis ('don't confuse your own issues with those of the other'). En bepaalde kennis, bv van de geopolitieke situatie in de wereld vandaag, de processen eigen aan globalisering. Maar wat alleszins niet mag ontbreken: geduld, geduld, geduld.
- Het is heel belangrijk dat we onszelf dwingen om positieve ontmoetingen met de ander mogelijk te maken. 'Stop learning things about the other, learn from the other.' Alleen door elkaar echt te ontmoeten en ervaren kunnen stereotiepen ontkrachten. Stereotiepen die wij over de ander hebben maar ook de vooroordelen van de ander tegenover ons. 'Eventually, experience is more important than information. The challenge is to turn your experience into knowledge.' Want heel veel negatieve gevoelens zijn vooral projecties van onwetendheid.
- Voor dit alles heb je natuurlijk tijd nodig: 'aply the rules of nature: growth needs time'. Het is alsof je een andere taal leert, dat kost ook inspanning en tijd. Maar weet dat je gepriviligeerd bent hier in Vlaanderen en België: 'Europe is the great laborotary! Enjoy it!'

Slotvraag: helpt dit alles ons om van de wereld een betere plaats te maken. Nee, zegt prof Ahmad, maar de wereld hoeft ook helemaal niet beter te worden. De wereld moet wel anders worden, daar draait het om. We hebben nood aan een wereld die meer oog heeft voor schoonheid en humor.

Wil je zelf ook deelnemen aan een Train the Trainer Interculturaliteit op CIMIC? Surf even naar http://cimic.khm.be/node/216 voor data en inhouden.

donderdag 19 mei 2011

Wachten op Godot – 18 mei 2011

Gisteren deelgenomen aan een studiedag annex debat over diversiteit in het onderwijs. Meer bepaald diversiteit binnen de lerarenopleiding.

Laten we beginnen met het goede nieuws. Er werden in de verschillende workshops best wel wat interessante dingen verteld. Over ouderbetrokkenheid bijvoorbeeld en hoe je niet mag opgeven leerkrachten hiervoor warm te blijven maken. Over leerkrachten van morgen ook, hoe die er vandaag al uitzien en hoe je ze voor het beroep kan motiveren. Over een goed diversiteitsbeleid tenslotte, en hoe dit de verantwoordelijkheid moet zijn van zowel instelling als van de individuele docent en zelfs ook van de student . Zeker geen verloren dag dus, wel integendeel, een dag die gerichte reflectie toeliet op een aantal opdrachten rond diversiteit waaraan ik nu zelf druk bezig ben.

En toch ging ik ontevreden en met een opgelaten gevoel terug naar huis. Toch heb ik de hele autorit tussen Hasselt en Antwerpen tobberig en knarsetandend doorgebracht. Waarom dan?

Omdat het gevoel dat me aan het einde van de dag overviel precies dat was dat ik me herinner van toen ik ooit voor het eerst het roemruchte stuk ‘Wachten op Godot’ doorlezen had. Een gevoel van misgelopen verwachting, van platgedrukt enthousiasme, van gelatenheid met wederzijdse instemming. Want dat zijn eigenlijk ook de woorden waarmee ik de sfeer in de zaal op het moment van het slotdebat zou willen omschrijven. Of beter nog, als me slechts één woord is toegestaan om het klimaat daar te schetsen: tam. Zo van “oh ja, diversiteit, daar moesten we dan ook nog even aan”. Of “diversiteit, pff, zitten we nu nog in dat hoofdstuk, kunnen we niet doorbladeren naar iets hippers, bv innovatie of talentmanagement?”
Pas op, ik zeg het nog eens, dit was niet per se de teneur van de individuele presentatoren in de workshops. Maar het was wel de enige chemie bij wat toch het hoogtepunt van de dag had moeten worden: een leeglopende ballon ipv een motor klaar voor de doorstart.

Hoe komt dit? Aan het quotum van buzzwoorden zal het niet gelegen hebben. We hebben het in dat laatste uur inderdaad gehad over ‘paradigma-omslag’ en ‘lerende netwerken’ en ‘professionalisering’. We hebben ook vurig gepleit voor ‘talent-ontwikkelend werken via een pro-actieve, persoonsgerichte benadering’. We hebben naar elkaar geknikt toen we zeiden dat er niks mis is met hoog inzetten want dat dat de mensen stimuleert om ook veel te presteren. En we hebben meewarrig hoofdschuddend ons medevoelen en onze herkenning betuigd toen een van ons melde dat we ons ook eens goed moesten bezinnen over de grenzen aan diversiteit en de rek die er in de lerarenopleidingen soms wat uitgaat onder druk van de actuele omstandigheden.
Even in de loop van het debat was ik zelfs licht hoopvol gestemd geraakt. Met name toen een van de gesprekspartners een overzichtelijke opsomming wist af te leveren van wat inzetten op diversiteit in een schoolcontext kan geven aan winsten. Het ging over scholen in een kleurrijke stedelijke context. Enkele daarvan hadden de toenemende diversiteit in hun leerlingenkorps weten in te zetten als motor voor een betere teamwerking onder leerkrachten, een uitnodiging tot doorgedreven netwerking en een opstap tot de ontwikkeling van een geheel nieuwe leercultuur. Er werden ook een paar concrete methodieken opgenoemd die dit soort meerwaarden ook binnen het bereik van de lerarenopleidingen zelf zouden kunnen brengen, zo bijvoorbeeld jobruil of werkplekleren. Boeiend was dat die methodieken vertaald werden als werkvormen die getuigen van een echt engagement mbt het thema diversiteit en dat was een conclusie die ik nu wel steek vond houden: er is veel meer betrokkenheid nodig.
Enfin, wat we daar in dat panel gedaan hebben, deden we dus goed. Maar wat we fout deden, is wat we niet gedaan hebben. We hebben niet eerst eens goed om ons heen gekeken. We hebben daarbij niet verschrikt vastgesteld dat de zaal halfleeg was (zoveel authentiek enthousiasme voor het thema) en vooral ook, dat er in diezelfde zaal nauwelijks zichtbare diversiteit aanwezig was. En ja, ik weet ook wel, zichtbare diversiteit is niet de enige vorm van diversiteit, maar het is eerlijk gezegd wel een broodnodige vorm van diversiteit en zeker een die we daar die dag hadden mogen of zelfs moeten verwachten. Wat we ook niet gedaan hebben is onszelf een trap onder de tafel gegeven toen we vaststelden dat we ons gewoon lieten meeleiden in de sussende goed geoliede semi-debat strategie van de moderator waar we eerst allemaal even twee minuten mochten volpraten volgens ons eigen stokpaardje om daarna drie minuten te mogen besteden aan het als relevante kritiek op de stelling van de andere debaters vermomde verdere zelflof. We zijn dus ook niet boos ‘stop’ roepend rechtgesprongen toen we vaststelden dat dit soort cirkelredeneringen geen aanleiding bleek te geven tot enthousiasmerende en uitdagende conclusies. Aan het eind van die spreekcarrousel dus niet meer dan een paar vage ideeën ivm professionalisering – mijns inziens vooral het het verhogen van comfort van zij die al ‘in de club zijn’. Dit samen met enkele boutades ivm het beter besteden van de eigenlijk onbeschikbare middelen, door een meer doorgedreven coördinatie en het extra belonen van iets wat eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn: overleg en samenwerking. Om heel eerlijk te zijn, die boutade kwam van mezelf.

Want ja, op wie ik vooral boos was achteraf, was op mezelf. Waarom heb ik zelf de knuppel niet in het hoenderhok gegooid? Er was mij nochtans een stevig exemplaar in handen gegeven. Aan het eind van het gesprek vroeg de moderator ons immers om even onze verbeelding de vrije loop te laten. Stel, we zouden elk een budget van 200.000 E krijgen waarmee we een aantal jaar aan de slag mochten om een zinnig project gericht op de ontwikkeling van divers talent in het onderwijs op te zetten. Waaraan, aan welk soort werking of idee, zouden we dit geld besteden? Wel, ik zou er nu, een dag later, eigenlijk de helft van het mij toegekende budget voor over hebben om mijn keuze toen gemaakt te herroepen. Nee, ik zou geen geld geven aan ‘kapitalisatie’ van eerdere ervaringen en het opzetten van een ‘van werkelijke diversiteits-zin getuigende synergie’ (ja ja, als het maar goed bekt). Nee, want dat zou betekenen dat ik het geld zou geven aan wie daar gisteren al aanwezig was. Nee, ik zou het geld geven aan wie er gisteren niet zat. Niet zat, maar dus wel had moeten zitten. Divers talent. En als dat talent erin zou slagen om over tien jaar dezelfde zaal geheel te vullen met een stevige brok zichtbare diversiteit – aan beide zijden van de debattafel - , dan zou ik de verbeurde helft van mijn startbudget op welke manier dan ook terugverdienen en zelf bijleggen.

En nu ik toch op een struikroverige vibe zit. Wat ik nog zou willen doen om mezelf weer wat meer te gaan waarderen is het inpikken van het budget van een van mijn mede-debatanten. Ik zou het gewoon doen, hier met de poen. Waarom? Omdat ik nog geld nodig heb voor een tweede project, namelijk een project dat zou inzetten op een specifieke vorm van diversiteit, en dan nog wel de vorm waarvan de andere deelnemers aan de studiedag allemaal acute uitslag lijken te krijgen als ik er naar verwijs: culturele diversiteit. Ja, het vreselijke C-woord is eruit. Waarom in godsnaam, zegt men mij, zouden culturele verschillen extra aandacht behoeven? Misschien omdat gemiddeld 80 % van de concrete voorbeelden of ‘problemen’ die men op zo’n zogezegd brede diversiteitsdag aanhaalt steeds weer naar (etnisch- )culturele verschillen verwijzen? Of omdat het ons zou kunnen helpen eindelijk eens te begrijpen en te erkennen dat ‘wij’ ook een cultuur hebben en dat het misschien alleen maar is omdat het de ‘onze’ is dat we hem niet als een probleem ervaren? En ook nog, omdat het eigenlijk waanzin is om te denken dat je als onderwijssector kan ‘kiezen’ voor het al dan niet behandelen of ‘focussen’ op culturele diversiteit. Zolang de media en de maatschappij culturele diversiteit blijven in het vizier nemen, zo lang heeft het onderwijs niet te kiezen. Het onderwijs kan en mag zich niet buiten de realiteit plaatsen. Het onderwijs leert ons de realiteit te begrijpen, te ontsleutelen, ze op een genuanceerde en goed geïnformeerde wijze tegemoet te treden.

Tot zover dus mijn relaas van een zoetig begonnen maar eerder bitter geëindigde studiedag. Een dag op twee dagen afstand van 21 mei, de Werelddag voor Culturele Dialoog, Diversiteit en Ontwikkeling. De receptie hebben we meteen na het debat dan toch maar gehad. Het echte feest zullen we misschien nog maar eventjes uitstellen…